Afdelingsconcours van Brabant 2000:
Comb.Saman&Zn glorieus winnaar Orleans 2008
Als toetje én als afsluiting van de midfondvluchten 2008 besloot Brabant 2000 om
van de vlucht Orleans een afdelingsvlucht te maken, een idee dat in goede aarde
viel want liefst 9.800 duiven werden er voor ingezet. Die werden zaterdag 28
juni om kwart voor negen gelost bij zuidwestenwind en een heldere lucht. Ideale
omstandigheden dus en de beste duiven, die bovendien in prima conditie waren,
zouden met de kopprijzen aan de haal gaan. Het spits werd uiteindelijk afgebeten
door een blauwe weduwnaar van Comb. Samen & Zoon uit St. Willebrord. Diens
snelheid van 1.496 mpm kon door gen enkele duif zelfs maar benaderd worden. De
naaste belager kwam van Comb. Colijn & Ganus uit Nieuwendijk en die kwam 5 meter
tekort.
De winnaar.
Zoals gezegd wordt Orleans gewonnen door een blauwe weduwnaar, welke ringnummer
NL07-3853348 draagt. Vader André (63 jaar oud) en zoon Frank (39 jaar) kweekten
hem uit de doffer NL03-0376025, die zij hun ‘Sir US Postal 2’ noemen, een
geweldige klepper met o.a. 1e Houdeng (858 d.); 4e Sens (426 d.); 17e Etampes
(545 d.); 20e Harchies (707 d.) en 31e Peronne (1.102 d.) op zijn erelijst. Deze
doffer werd gekweekt uit een doffer van Gebr. van Rijsbergen uit Sprundel en een
duivin van eigen gewin.
‘Sir US Postal 2’ zat vorig jaar gekoppeld aan de duivin NL04-0452454, ofwel
‘Miss US Postal 3’, welke als jonge duif in het Samenspel Willebrord en
Omstreken 2 eerste prijzen won: van Peronne tegen 1.711 en van Etampes tegen
4.130 duiven en daarna meteen naar het kweekhok verhuisde. Zij is een dochter
van de B00-6295116 (soort Louis van Loon via Ko Heeren) en van de duivin
NL00-0078016, die moeder is van verschillende duifkampioenen. Het zusje van de
04-454 werd geschonken aan het plaatselijk jeugdlid Henri Gijzen, die met haar
de titel 1e nat. duifkampioen jeugd won! Een dochter van dit duifje speelde 2
weken geleden uit Sézanne liefst 10 minuten los in het samenspel! In deze soort
vindt men dus kwaliteit te over!
De 07-348 werd dit jaar vanaf de eerste vlucht gespeeld en miste alleen van de
rotvlucht uit Pithivier van 31 mei. Tot die vlucht speelden André en Frank
wekelijks een aantal kopduiven in de vereniging:
De ‘348’ is een duif van middelmatige grootte, die qua model terugslaat naar
zijn moeder. Hoewel niet groot, is hij prima gebouwd met een mooie lange vleugel
en ogen in de kleuren van de Belgische vlag. Een duif ook die zeer attent is en
een wringer in de hand.
De liefhebbers.
Vader André zit al vanaf zijn 12e jaar in de duivensport, dit in navolging van
zijn vader, die hij een ‘duivenhouder’ noemt. Gelukkig zaten in de familie van
zijn moeder een aantal topliefhebbers, die André de finesses van de sport konden
bijbrengen. Aan de wand hangt nog een schilderijtje met daarop het ouderlijk
huis met in het dak een kijker voor de duiven. ‘Daar is het allemaal begonnen’,
zegt hij met enige weemoed in zijn stem. Dat Frank in de duivensport belandde
lag aanvankelijk niet voor de hand, want die had in zijn jeugd heel andere
interesses. De namen van zijn duiven geven in deze een hint: De wielerploeg van
US Postal domineerde vele jaren de Tour de France en stond bekend om haar
intensieve trainingen. Datzelfde strenge regime hebben André en Frank op een
gegeven moment ook aan hun duiven opgelegd en vanaf dat moment werden zij een
combinatie waarmee op alle vluchten tot zo’n 650 km rekening moest worden
gehouden.
Vader is al enkele jaren in de VUT en heeft ergens in Luxemburg een caravan
staan, waar hij wekelijks na thuiskomst van de duiven naar toe gaat. André is
werkzaam als chauffeur en dat betekent vaak onregelmatige werktijden maar
gelukkig hoeft hij weinig op het buitenland te rijden. Frank is ook de man die
de lijnen uitzet voor het duivenspel en naar zijn aanwijzingen voert vader voor
het grootste deel de verzorging uit. Daarnaast is Frank nog voorzitter van p.v.
De Postduif en wordt hij binnenkort voor het eerst vader en dat nog wel van een
tweeling!
Verzorging.
Op het erf achter het huis staat een hok van 8.50 mtr. waar in 3 afdelingen de
jonge duiven zijn ondergebracht. In de tuin staat ook het hok voor de
kweekduiven, dat 4 meter groot is en waarin 12 koppels gehuisvest zijn. Sinds
kort staat hier ook nog een hokje van 3 meter waarin de laatste jongen zijn
ondergebracht. Om deze jongen te kweken werden de kweekduiven voor de vierde
maal anders samengesteld! Op het dak van het woonhuis staat het vlieghok voor de
oude duiven, dat 8 meter groot is en verdeeld in 3 identieke afdelingen; twee
daarvan zijn voor de programmaduiven en de laatste afdeling is voor de 12
doffers die bestemd zijn voor de eendaagse fondvluchten.
De kweekduiven werden eind november gekoppeld om een ronde winterjongen groot te
brengen. Na het spenen daarvan werden ze enkele weken gescheiden om vervolgens
op 24 januari samen met de vliegduiven weer te worden gekoppeld. De eieren van
de kweekduiven werden ondergeschoven bij de vliegduiven waarover nog maar weinig
bekend was. De vliegduiven volgden de normale kweekcyclus en na het spenen van
de jongen mochten ze nog een vijftal dagen broeden om daarna te worden
gescheiden. Frank meent dat de weduwnaars hierdoor bakvaster worden en meer
‘courage’ op het hok vertonen. Kweek- en vliegseizoen lopen door deze
handelwijze naadloos in elkaar over. Ook na de vluchten blijven de geslachten
gescheiden. Dan worden ook de kweekduiven gescheiden en overgebracht naar de
vlieghokken, zodat ze dan regelmatig uit kunnen vliegen. Na juli wordt er dus
geen enkel jong meer gekweekt!
De weduwnaars trainen tweemaal per dag intensief; als ze willen vallen wordt
driftig met de vlag gezwaaid om ze in de lucht te houden en dat gebeurt ook bij
de jonge duiven.
Voor het voer en aanverwante zaken gaat de combinatie van de fa. Camp in het
Belgische Boechout. Bij thuiskomst van een vlucht krijgen de doffers volop
vliegmengeling en op zondag half om half zuivering- en Zoontjensmengeling.
Maandag is het al half om half zuivering en vliegmengeling en daarna nog slechts
100% vliegmengeling. Na elke training krijgen ze een half uur de kans om daarvan
zoveel te nemen als ze lusten, want wie hard traint moet ook goed eten! De
laatste dagen voor de inkorving worden daaraan 5 soorten maïs toegevoegd en
enkele uren voor de inkorving wordt nog wat hennep gegeven.
Na thuiskomst wordt er 2 dagen zgn. Plusmix van dierenarts Jan Konings over het
voer gedaan en om de 14 dagen BS van Belgica de Weerd. Elke week gaat er
gedurende 2 dagen Belgatai en Belgasol in het drinkwater en aan het eind van de
week nog elektrolyten. Vóór aanvang van het vliegseizoen worden de duiven geënt
tegen paramyxo en krijgen ze een kuur met de al genoemde Plusmix tegen coli. Op
het eerste broed krijgen alle duiven met ronidazole een kuur tegen het geel. En
bij mindere prestaties wordt iets tegen ‘de koppen’ gegeven. Als ze goed afkomen
worden er echter geen medicijnen gegeven. Verder zweert vader bij een goede
hygiëne en daarom worden tijdens de trainingen alle afdelingen grondig schoon
gekrabd.
Voor elke inkorving worden de duivinnen getoond en wel zo’n 15 tot 20 minuten.
Na thuiskomst duurt het samenzijn ook maar kort: als Frank met het systeem naar
het lokaal gaat begint André de duivinnen al weg te nemen, maar na een zware
vlucht gebeurt dat wat later.
Soorten duiven.
Vanaf 1989 heeft vader duiven gehaald bij een neef die speelde onder de naam
Gebr. Vissenberg. Daarna kwamen er duiven van plaatsgenoot Ko Heeren, die
plaatselijk bekend stond als ‘Ko van Tinus van Frulle’, en van Gebr. van
Rijsbergen uit Sprundel. Toen Ko Heeren kwam te overlijden moesten van diens
weduwe alle duiven weg omdat de kinderen er niets om gaven. De Samannen namen ze
allemaal mee, ruim 60 stuks. Wat hen aanstond werd behouden en tegen elkaar
gezet. De duiven van Gebr. van Rijsbergen kostten hen helemaal niets en moesten
ze maar als cadeautjes beschouwen! De laatste aanwinsten komen van Jos van Loock
uit het Belgische Berlaar, die met name duiven heeft van zijn plaatsgenoot
Cyriel Lambrechts. Deze laatste is ook de leverancier van de topduiven die Rom
Aerts uit St. Willebrord heeft, waaronder een klepper die 2 jaar achter elkaar
uit Blois de eerste speelt in het rayon! Met name Frank is sterk gekant tegen
inteelt: doffer en duivin mogen elkaar wat de afstamming betreft zeker niet
raken!
Epiloog.
André en Frank waren danig in hun sas met deze afdelingszege, zeker omdat hij
met de oude duiven werd behaald! Wellicht dat ze daardoor eindelijk eens afkomen
van het imago dat ze alleen specialisten met de jonge duiven zouden zijn. De
zege betekende hun 17e vermelding op de nationale teletekst en dat zullen
weinigen hen na kunnen zeggen!
Blij zijn ze ook met de fijne reacties die ze van alle kanten kregen na hun
overwinning, zoals van hun naaste opvolgers Peter en Hans Colijn. Dat ze goede
duiven onder de pannen hebben wordt ook bewezen door de vele liefhebbers die
zich met hun duiven hebben versterkt, zoals een Kees Maas uit Roosendaal en nog
verschillende andere die er goed mee gevaren zijn.
Bron:MARTIEN KOREMAN